Ethiopië 26 juni - 9 juli 2006

Het passeren van de grens gaat gemakkelijk. Even zoeken naar de juiste kantoortjes in Sudan die allen weer een stempel moeten zetten en daarna de brug over naar Ethiopië. Waar in Sudan de douane-beambten nog in huisjes van steen met een dak zitten, kunnen we bij de ethiopische beambte plaatsnemen op een houten bank in een hutje wat nog het meest weg heeft van een kippenhok. Een stempel in het paspoort krijgen we in dit hutje maar voor de autopapieren moeten we naar customs in een dorpje 30 km hier vandaan.

Eindelijk is de temperatuur weer wat aangenamer dan de 45 graden van Sudan. Ethiopië bestaat namelijk voor meer dan de helft uit hoogvlaktes van 2000 meter of hoger. Direct na het paseren van de grens is dit duidelijk te merken. De droge zanderige vlaktes van Sudan veranderen snel in mooie groene bergen en dalen en de temperatuur zakt naar zo'n 15-20 graden.

Gonder

De eerste stad die we bereiken in het noorden is Gonder. We overnachten hier bij een klein pension waar de auto veilig op de binnenplaats kan staan. `s Avonds eten we voor het eerst het nationaal gerecht, injera. Dit is een zurige pannekoek met een doorsnee van 2 nederlandse pannekoeken waarop allerlei vlees, groente en saus ligt. Het is de bedoeling dat je dan een stukje pannekoek afscheurt en dan hiermee wat groente en vlees oppakt en dit opeet. Smaakte goed.
Na een relaxed ontbijt lopen we van ons pension naar de Debre Birhan Selassi kerk (Mountain of the Enlightened Trinity). Een houten kerk gebouwd rond 1700 met mooie schilderingen, deze zijn gemaakt op doek en daarna tegen de muur geplakt. Het is de enige van de 44 kerken die niet verwoest is door de Mahdisten uit Sudan in 1888. Als we hier zijn, wordt toevallig net de plaatselijke bisschop begraven en zien we nog iets van de ceremonie hieromheen.
Middenin het stadje staat de Royal Enclosure, een ommuurde verzameling van zes 17e eeuwse kastelen. Elke koning heeft tijdens zijn troon een nieuw kasteel gebouwd. Door een gids worden we langs alle gebouwen geleid.

Lalibela

Van Gonder rijden we via de China Road naar Lalibela. Dit is een rit van 250 km maar daar doen we wel 10 uur over. In de jaren 70 hebben de chinezen deze verbindingsweg tussen West en Oost-Ethiopië gebouwd. De weg voert ons over hoge vlaktes en passen tot 3500 meter hoogte. Helaas is de weg niet meer in een al te beste staat en bestaat voornamelijk uit losse stenen en keien. Dit vergt behoorlijk wat van onze auto maar gelukkig komen we zonder problemen in Lalibela.
Zo`n 800 jaar geleden zijn hier kerken in de rotsen uitgehouwen. Maar niet zoals een grot maar recht naar beneden. Het is moeilijk te beschrijven maar een plaatje zegt veel meer.
Helaas zijn de kerken onderhevig aan erosie en als oplossing hebben ze er afzichtelijke overkappingen overheen gebouwd. Hierdoor lijken de kerken veel minder indrukwekkend.
Van binnen zijn de meeste kerken donker en ongeveer hetzelfde, enkele hebben schilderingen. Het meest trots zijn de priesters op hun kruis, elk van de 11 kerken heeft een eigen kruis. Elke priester laat het kruis zien, waarna het de bedoeling is dat je een foto maakt en natuurlijk enkele Birr's uitdeelt.

Addis Abeba

In de hoofdstad van Ethiopië bewonderen we in het nationaal museum het 3,5 miljoen jaar oude skelet van Lucy. Lucy is een vrouw van het soort Australopithecus afarensis. Ze is gevonden in 1974 en heeft toen aangetoond dat onze voorouders 3,5 miljoen jaar geleden al op 2 benen liepen.
In Addis doen we weer de nodige inkopen en halen geld bij de bank. Pinnen is hier in Ethiopie nog niet doorgedrongen, maar gelukkig konden we op onze credit card ook geld krijgen.
We slapen bij een klein back-pack hotel waar we veel overlanders treffen. Ook ontmoeten we hier weer het Australische/Engels stel waarmee we op de boot van Egypte-Sudan hebben gezeten. `s Avonds gezellig met z`n allen voetbal gekeken. Bij dit hotel komen we ook de Driving Doctors tegen (www.drivingdoctors.com). Dit nederlandse stel maakt ook de reis naar Zuid-Afrika en publiceert hun verhaal in de Spits en Marie Clair.

Awassa

Om bij te komen van de grote drukke stad zijn we een paar dagen naar een camping gegaan in Awassa. Deze camping wordt gerund door een Duits-Ethiopisch echtpaar. Zij is een voortreffelijke kokkin dus dat was elke ochtend en avond genieten.

Omo Valley

In het zuid-oosten ligt een gebied wat behoorlijk ontoegankelijk is, zeker als het regent. Hier leven nog een aantal stammen op traditionele wijze. Onderweg ernaartoe zagen we al hoe de vrouwen mooi versierd waren en de mannen speren droegen. Het meest bijzondere volk is de Mursi. Hiervan doen de vrouwen platen door hun lip en oren nadat ze getrouwd zijn. Overigens zijn ze ook nogal agressief en vaak dronken waardoor het niet aan te raden is om alleen naar hun dorp te gaan. Wij komen ze tegen op een markt in een ander dorp en mogen daar tegen betaling een foto van ze nemen.
Vanaf de Omo Valley rijden we in 1 lange dag naar de grens met Kenia. Het was zo`n 450 km rijden en we bereikten Moyale net voor donker.

Verder over Ethiopië:

- Vantevoren waren we door veel reizigers gewaarschuwd voor de kinderen. Ze zouden continu 'you you you' roepen, stenen naar de auto gooien en vooral erg veel bedelen. Dit viel ons erg mee, als kinderen 'you you you' riepen, zwaaiden we even vriendelijk en we zijn niet bekogeld. 'You, give me pen, give me money, give me sweets' hebben we enkele keren gehoord maar zeker niet in die mate zoals we het hadden verwacht. Wel zag je overal langs de weg mensen hun handen ophouden zodra ze zagen dat we blank waren. Waarschijnlijk komt dit door toeristen die dit voor ons hebben gedaan, maar ook VN ambassadeurs schijnen overal waar ze komen van alles uit te delen. De vraag is of dit goed is voor zo'n land...

- Van Ethiopië heb je een beeld van honger, armoede en droogte. Tot onze verbazing hebben wij alleen maar groene vruchtbare heuvels waarop van alles wordt verbouwd gezien. Ook zagen we heel veel vee onderweg. In het oosten zijn we niet geweest, maar daar is het wel droger. We begonnen ons af te vragen hoe het dan kan dat Ethiopie een van de armste landen van Afrika, terwijl het toch behoorlijk vruchtbaar lijkt. Al reizend door Ethiopie vonden we een paar antwoorden: boeren hebben geen grond in eigen bezit, maar pachten het van de overheid. Per persoon is maar een klein stukje land toegestaan, dus grootgrondbezitters en grote boerderijen vind je hier niet. De stukjes grond zijn zo klein dat een boer moeite heeft om zijn familie er van te laten eten. Omdat het niet hun eigen bezit is, zie je ook dat boeren niet veel investeren in de grond, ze leggen bv geen irrigatiekanalen en dergelijke aan. De tef (het graan waar injera van wordt gemaakt) is een graan dat de bodem snel uitput.

- Nadat we 4 landen zijn doorgereist waar Arabisch wordt gesproken en we ondertussen enige woorden Arabisch kennen, kunnen we deze kennis niet meer toepassen in Ethiopie. Hier wordt nl geen Arabisch meer gesproken, maar Amharic wat weer een geheel andere taal is. Ook deze taal wordt weer geschreven in voor ons onbegrijpelijke tekens dus lezen kunnen we nog steeds niets. Ook de tijd is anders in Ethiopie: ze gebruiken een 12 uurs cyclus wat begint om 6 uur 's ochtends en 's avonds. Als het dus bij ons 6 uur is, is de Ethiopische tijd 0 uur en onze tijd 12 uur is in Ethiopische tijd 6 uur.
In 1582 zijn wij overgegaan op de Juliaanse kalender in plaats van de gereviseerde Gregoriaanse kalender. Omdat Ethiopie dit niet heeft gedaan, ligt het 7 jaar en 8 maanden achter. Hun kalender bestaat uit 13 maanden waarvan er 12 bestaan uit 30 dagen en de laatste maand uit 5 dagen. Op dit moment is het dus 1998 ipv 2006!

- De auto is tot dusver zeer betrouwbaar gebleken. Geen lekke banden, ook niet op stukken waar anderen er vijf hadden. Wel waren door alle hobbels in het noorden van Kenia de rubbers van de schokbrekers versleten maar na een middagje klussen waren die vervangen. Ons brandstofverbruik valt soms een beetje hoog uit (1 op 7) maar dit is vooral op de slechte wegen met veel zand. Op asfalt halen we vaak 1 op 9. Ach ja, en als je 50 eurocent voor een liter betaald maakt het ook weer niet zoveel uit. Wel hebben we in Ethiopië voor het eerst onze reserve tank moeten gebruiken omdat de benzinestations onderweg geen benzine meer hadden (ook geen diesel trouwens). Gelukkig konden we de eerst volgende pomp met benzine na 100 km gemakkelijk bereiken.

- Het WK geeft hier altijd gespreksstof. Al sinds Egypte beginnen de lokale mensen zodra ze zien dat wij uit Nederland komen over de voetbal. Ook al spreken ze alleen Arabisch of Amharic, er worden altijd wel wat namen geroepen: van Basten, Robben en Van Nistelrooy. Jammer dat Nederland er al zo snel uitlag, maar ook dat gaf weer iets om over te praten. Overal waar we kwamen, waren de mensen op de hoogte van het WK en keken ze naar alle wedstrijden als er ergens satelliettelevisie was. Zelfs in een klein dorpje middenin Ethiopie waar we overnachten onderweg naar Addis Abeba, stroomde het hotel vol om naar de wedstrijd Duitsland-Argentinie te kijken.

- Voor het schrijven van verslagen voor de website en ons dagboekje hebben we niet veel tijd. Hoe dit kan is ons ook een raadsel maar daardoor lopen we soms wel wat achter met ons dagboek en de website moet ook weer nodig een update hebben.